Niet elke Oost-Europese chauffeur illegaal – Werkgevers voor eerlijke concurrentie binnen uitgebreid Europa

Transport en Logistiek Vlaanderen (TLV), Febetra en UPTR reageren op de uitlatingen als zou er bij elke Oost-Europese vrachtwagenchauffeur die in België komt sprake zou zijn van illegale dumping. Veel van die chauffeurs doen niets onwettigs. De meeste Belgische transportbedrijven zweren nog steeds bij Belgische chauffeurs.

Volgens een bericht in de Morgen (17/08) doen Belgische transportbedrijven steeds vaker een beroep op Oost-Europese chauffeurs. Er wordt verwezen naar moeilijke leefomstandigheden van de chauffeurs, en de vakbond kondigt aan naar de rechtbank te stappen. Dit schept het vermoeden dat een en ander volledig illegaal zou gebeuren.

De huidige situatie in de transportsector werd gecreëerd door de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 en 2007. Sinds de toetreding mogen transportbedrijven uit pakweg Polen of Litouwen zonder beperkingen internationale ritten uitvoeren binnen de Europese Unie. Doordat de loonkost gevoelig lager ligt bij deze ondernemers uit nieuwe EU-landen, wordt het Belgische transportbedrijf volledig uit de markt geprijsd, zeker voor wat betreft de langere afstanden boven pakweg 500 kilometer. Er is dan ook niets onwettelijks aan het feit dat Belgische ondernemers een of andere vorm van samenwerking tot stand brengen met een Oost-Europees transportbedrijf. Voor vele bedrijven die gespecialiseerd zijn in de lange afstand is deze formule bijna de enige om te overleven.

Er zijn evenwel ook Oost-Europese chauffeurs die op een Belgische vrachtwagen rijden. Ook dit kan perfect wettelijk : de chauffeur wordt dan wel degelijk volgens de Belgische regels en lonen betaald. Met name door het tekort aan chauffeurs zoeken een aantal transporteurs hun toevlucht tot deze oplossing. Er is in dit scenario geen sprake van dumping aangezien de kosten even hoog liggen als voor een Belgische chauffeur. Ook in dit geval begrijpen UPTR, Febetra en TLV niet op welke basis de vakbond naar de rechter zou stappen.

Indien de tewerkstelling van een Oost-Europese chauffeur door een Belgisch bedrijf evenwel gebeurt op een illegale manier, is er sprake van onwettelijke concurrentievervalsing. De werkgeversorganisaties ondersteunen geen onwettige praktijken, en zijn zelfs vragende partij om in het najaar een correcte aanpak hiervan met de werknemersorganisaties te bespreken. Febetra, UPTR en TLV rekenen in dit verband er ook op dat de overheden de juiste controle inspanningen aan de dag zouden leggen.

Tot slot onderstrepen de werkgeversorganisaties dat de inzet van Oost-Europese chauffeurs, legaal of illegaal, voor Belgische transportbedrijven, globaal gezien niet overroepen mag worden. De overgrote meerderheid van de transportbedrijven werkt exclusief met Belgische chauffeurs, hoofdzakelijk op relatief korte afstand, en probeert zo te overleven. Het feit dat op nogal wat (snelweg)parkings het aandeel van Oost-Europese chauffeurs hoog ligt, wordt mee verklaard door het feit dat deze parkings in grote mate gebruikt worden door chauffeurs die gewoon door België rijden zonder er hun opdracht gekregen te hebben.

Print This Post